Janne heeft een tweelingzus Laurien en die was eindelijk moeder geworden. Voor haar en haar dochtertje Mera was ze bezig een op straat gevonden stoel te renoveren, waarop ze gezellig met zijn tweetjes lekker konden zitten tutten en boekjes lezen. Dat werd zo’n klus dat het haar leuk leek om van het hele proces een boekje te maken. Janne deed de tekeningen en mij vroeg ze om daar een tekst bij te bedenken.

Ik stelde voor het op rijm te doen, want dat is voor een klein kind weliswaar nog onbegrijpelijke taal, maar als haar moeder het voorleest krijgt ze er toch iets fijns van mee, omdat het ritme heeft en rijm. Hoe ouder ze wordt zal ze dan meer van het verhaaltje kunnen begrijpen. Een boekje op de groei dus!

Tijdens het renoveren van de stoel had de stoel al een naam gekregen, dat werkt makkelijker. Net als bij een schip, die moet ook een naam hebben anders brengt dat ongeluk. Henk heette de stoel. Janne had hem van de straat geplukt en naar haar atelier gedragen, waar ze hem eerst helemaal ging strippen. Ik ben geen Dick Bruna, maar ik dacht: waarin is een kind in eerste instantie in geïnteresseerd? In magie. In relaties. In emoties. En In avontuur. Dus het werd een sprookje met alle avonturen die Henk had meegemaakt in die korte tijd dat hij op de straat stond tot hij bij Laurien en Mera thuis belandde… Lees het hieronder of klik op de titel voor het online boekje.

Het Stadssprookje Henk

 

Er was eens in de Grote Stad…

(zo beginnen alle sprookjes, wist je dat?)

Een lieve, goeie, ouwe, hémelsblauwe omastoel

(zo’n grote waar je fijn in weg kan kruipen, snap je wat ik bedoel?)

Die stond zijn leven lang lekker bij het raam te staan

Het liefst met iemand op schoot, en de verwarming aan.

Maar op een morgen, och arme stakker,

Werd de stoel niet binnen, maar buiten wakker!

Had ie eventjes niet opgelet

Was ie zomaar aan de straat gezet!

Naast een kapotte gieter en een zielig oud kleedje.

De stoel werd verdrietig, en het regende ook een beetje…

Daar stond ie dan, moederziel alleen,

En keek maar wat sippig om zich heen,

Naar de auto’s, de huizen, de hoge bomen.

Hij dacht: Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Okee, ik ben dan wel een beetje versleten

Maar er is ook zó veel op me gezeten!

Ik kraak soms een beetje, één poot is geknakt,

En ja ja ik ben behoorlijk doorgezakt.

Uit mijn hoofd steekt wat stro, ik geef het toe…

Maar ik ben nog zeker niet levensmoe!

Mijn binnenste houtwerk is nog in prima staat,

En innerlijk, dat is waar het immers om gaat.

Want al ben ik nu dan wat verzakter,

“Ik ben en blijf een stoel met karakter!”

“Dat vind ik ook!” zei een stem onverwacht

Want hij had ineens wel héél hardop gedacht.

Van de schrik kreeg zijn hemelsblauw een rooie gloed.

En vóór hem verscheen een dame met een mooie hoed.

“Wie bent U?” vroeg de stoel. Zijn stem trilde een beetje.

“Ik ben Tante Janne” zei de dame, “En jij, hoe heet je?”

“Ik heet… Ik heet…” maar toen stokte het even

“…ze hebben me nog nooit een naam gegeven!”

“Geen naam?! Dat is ook wat. Hmm, weet je wat ik denk?

Klaas? Karel? Of Kees? Nee, we noemen je: HENK!”

En zo gingen de dame en de stoel samen op pad,

Henk heel trots, want hij had nog nooit een naam gehad.

Tante Janne was aan het eind van de dag wel wat moe

Want Henk boven krijgen was nog een heel gedoe.

Pas net voor het donker waren ze klaar.

Want omastoelen zijn namelijk best zwaar!

Tjonge jonge wat was dat een werk…

Gelukkig is Tante Janne supersterk

Eerst de auto in tillen, toen vijf trappen omhoog

In het atelier was het lekker warm en droog.

“Ga eerst maar wat slapen, morgen gaan we aan de slag.

Want: morgen is er altijd een nieuwe dag.”

Henk doezelde al weg, moe van al dat ge-verhuis.

En droomde van zijn splinternieuwe naam en zijn splinternieuwe thuis.

Na een diepe slaap, bij het ochtendgloren

Voelde Henk zich als herboren.

Hij kneep met zijn ogen, nog soezig en loom

Het leek wel of hij opstond IN een droom!

Want waar hij ook keek, van boven tot onder

Zag hij het een na het andere wonder:

Een pluimentooi, een jurk met veren,

En nog meer feestelijke kleren:

Met glitters, parels en pailletten.

Er was zelfs een zwaan om op je hoofd te zetten!

En overal kleuren, van wand tot wand.

Het leek wel één groot sprookjesland.

Toen werd hij toch wel wat verlegen

Want hij had nu zo’n mooie naam gekregen

Maar die was als een vlag op een modderschuit

Want voor de verdere rest zag ie er niet zo best uit.

Want hij kraakte een beetje, één poot was geknakt,

En ja ja hij was behoorlijk doorgezakt.

Hij voelde zich nog steeds versleten

Want er was zó veel op hem gezeten!

En uit zijn hoofd daar stak nog steeds wat stro.

Dus hij voelde zich nog steeds maar zo-zo…

Maar voor Henk weer weg zonk in zijn zorgen

Klonk daar een vrolijk “Goedemorgen!”

En daar kwam Tante Janne binnen,

Die zei “Zo! Zullen we beginnen?”

“Vandaag is de eerste dag van de rest van je leven,

Dus laten we je gauw een make-over geven.”

Toen voelde Henk zich toch weer best in zijn Sas.

Al wist hij niet echt goed wat “make-over” was…

Hij dacht misschien krijg ik wel zo’n stoel-massage.

Of iets met Feng Shui, dat is toch de rage?

Maar dan kende hij Tante Janne nog niet.

Want er lag iets veel groters voor Henk in ’t verschiet.

Daar zag hij gereedschap: een tang, zelfs een zaag!

Henk zei heel voorzichtig: “Eh… ik heb wel één vraag…”

Want nu werd ie toch wel wat zenuwachtig.

Maar Janne zei: “Henk, je wordt prachtig.

Ik beloof je, vertrouw maar op mij als ik zeg,

Als iets ouds weer iets nieuws wordt, moet er soms eerst iets weg.

Eerst halen we weg wat niet meer bij je past.

En dan trekken we lekker iets nieuws uit de kast.

Zie het maar als een leuke verkleedpartij.

Dan zit je er straks weer fantastischjes bij!”

Toen won van de vrees toch de nieuwsgierigheid.

En zei Henk volmondig: “Vooruit met die geit.

Je leeft maar één keer, en in mijn geval twee.

Dus ik zeg: make me over! Kom maar op, hopsakee!”

Soms moet je ook maar op verandering vertrouwen.

Op verlies, voordat je iets nieuws op kunt bouwen.

Eerst werd ie van zijn blauwe jasje ontdaan.

En daar kwam toen heel veel stro onder vandaan.

Het waren er misschien wel tien zakken vol.

Henk voelde zich heerlijk en licht in zijn bol.

“Goh, ik wist niet dat ik dat allemaal in me had.

Maar het voelt stukken beter al zo, wist je dat?”

Er waren ook wat van zijn banden gescheurd,

Zijn pootjes en leuningen kregen een beurt.

En om antwoord te geven op Henk zijn vraag:

Twee tussenlatjes mochten weg, daarvoor was die zaag.

Zo tussen de leuning en rug, net in die hoek.

Dat gaf ‘m net een iets mooiere look.

Maar, zoals Henk al zei, inderdaad:

Zijn binnenste houtwerk was nog in prima staat!

En met de minuut werd ie minder verzakter.

Hij was dan ook immers Een Stoel Met Karakter.

Toen al het sloopwerk was gepleegd

Het laatste stro was opgeveegd

Toen al wat stuk was was gemaakt

Sliep Henk voor ’t eerst van z’n leven naakt.

Die nacht had Henk de raarste dromen.

Er was hem al zo veel overkomen:

Hij was verloren én gevonden

Was bang geweest, boos, opgewonden.

Hij had gereisd van hier tot ginder

En in zijn droom verscheen een vlinder

Die zachtjes zeilde op de wind

Toen zag Henk in zijn droom een kind

Dat keek hem vrolijk lachend aan

Hij zag zichzelf in zonlicht staan.

En op zijn schoot werd weer gezeten.

Zo’n droom om nooit meer te vergeten!

De dag brak aan, de zon die scheen.

Maar waar was Tante Janne heen?

Die was vroeg naar de markt gegaan

Want Henk kreeg vandaag een nieuw jasje aan!

De keus viel op melée grijsgroen

Daar kon ie jaren nog mee doen.

’t was stevige stof, zacht, lief én sterk.

Daar kon ze goed mee aan het werk.

Daarmee kwam Henk weer tot zijn recht.

(De prijs was trouwens ook niet slecht.)

En Henk was ook al blij verrast

“’t Is echt een kleur die bij me past!”

Van hemelsblauw naar nu grijsgroen.

Een nieuwe jas voor een nieuw seizoen.

En toen kwam er nog een onthulling:

Hij kreeg een jas met… schoudervulling!

Henk was nog nooit zo blij geweest.

Het leven leek wel een groot feest.

Maar: vóór er feest kan worden gevierd

Moet de boel natuurlijk eerst goed versierd.

Dus gingen ze snel aan de slag.

Van het eind van de ochtend, tot het eind van de dag.

Er werd geknipt, gestikt, gemeten,

De pootjes geverfd, niettevergeten.

Zijn frame werd bekleed, met schuim ertussen.

Op het onderstel kwam een heerlijk zacht kussen.

Zo werd Henk weer een stoere en statige stoel

(Zo eentje waar je lekker in weg kan kruipen, snap je wat ik bedoel?)

En – hiervan werd Henk bijzonder blij –

Hij kreeg er een rond minikussentje bij!

En aangezien ze daar zo gezellig lang zaten

Begonnen ze vanzelf over dingen te praten.

Zo zie je: hard werken is heus geen straf.

Die Janne en Henk die babbelden wat af.

Over koetjes en kalfjes, over vroeger en later.

Gek, dacht Henk, vroeger was ik nooit zo’n prater.

Maar al doende verloor hij vanzelf zijn schroom

En vertelde Janne ook over zijn droom;

Van het zonlicht, de vlinder die vloog op de wind.

En natuurlijk ook van het lachende kind.

Dat is grappig, zei Janne, want ik heb een plan.

Mijn beste Henk, wat zeg je ervan:

Als ik jou aan mijn zus en haar dochter zou geven?

Bij een make-over hoort soms ook een heel nieuw leven.

Dat had ik meteen eigenlijk in gedachten,

Maar ik wilde met die verrassing eventjes wachten.

Je hebt immers al zoveel spannends doorstaan.

Sinds dat ik je daar zo op straat zag staan.

Toen ik jou tegenkwam, op de straat, op die hoek,

Zag ik Laurien voor me die Mera voorleest uit een boek.

Ik zag je al zo lekker bij haar voor het raam staan,

Met hun tweetjes op jouw schoot, en de verwarming aan.

Henk pinkte een traan weg, hij was nu niet meer versleten

En hij vond het zo fijn als er weer op hem werd gezeten.

Hij kraakte niet meer en zijn poot was gelakt,

En ja ja hij was ook niet meer doorgezakt.

Het stro in zijn hoofd was door schuim vervangen

En hij was met de mooiste bekleding behangen.

Zijn binnenste houtwerk was nog in prima staat,

En innerlijk, dat is waar het immers om gaat.

Want al was hij dan ooit wat verzakter,

“Ik ben en blijf een stoel met karakter!”

De volgende dag dus gingen ze weer dapper op pad

(Zo gaan heel veel sprookjes, wist je dat?)

Weer terug in de auto, nu verpakt als cadeau.

De reis was iets langer, maar toch waren ze er zo.

Tante Janne zat naast Tante Marian voorin

En Henk had het bij het raam al enorm naar zijn zin.

Gelukkig kon Henk door het papier nog wat zien

Op weg naar Mera, pappa Niels en mamma Laurien.

Hij keek naar de wegen, de velden, de koeien,

Naar de bomen en struiken die straks weer gaan bloeien.

Hij keek naar het bruin van het bos en het groen van het gras,

Het grijs van de lucht dat straks weer hemelsblauw was.

Hij dacht aan wat nog zou komen, en aan wat was geweest.

Aan op straat staan en aan cadeau zijn op een feest.

Hij droomde van oude en nieuwe dingen.

Toen hoorde hij Lang Zal Ze Leven zingen…

Henk had weer eens even niet opgelet

En was al in de huiskamer gezet

(Al was dat natuurlijk best weer een hele klus.)

Er was taart en versiering, het was warm en knus.

Daar zat Mera aan tafel, daar stond Niels naast Laurien.

En al kon Henk dat alles door het papier heen zien;

Hij kon niet wachten tot ze hem uit zouden pakken.

En nam zich voor om nooit nooit meer door te zakken.

Wat een prachtige dag om jezelf weg te geven.

De eerste dag van de rest van mijn leven!

(En… anders zou een sprookje geen echt sprookje zijn:

Ze zaten nog heel lang gelukkig en fijn!)